top of page
Aleph Tav — Home
Aleph Tav Studio — Home

Israël uitgelegd

16 uur geleden
48 minuten om te lezen

Aleph-Tav maakt deel uit van een beweging van Joden en christenen die geloven dat Israël begrijpen en steunen niet alleen een kwestie van intellectuele belangstelling is, maar een morele plicht. Nu Israël in de media met leugens wordt bestookt, aan universiteiten wordt aangevallen en door regeringen wereldwijd onder druk wordt gezet, is het belangrijker dan ooit de waarheid te kennen, te kunnen verwoorden en te verdedigen.

Omdat de media weinig positiefs berichten en positieve verhalen zelfs bewust weglaten, beschikt de wereld duidelijk over onvoldoende informatie om de juridische aspecten te beoordelen, laat staan de geestelijke achtergrond in de Bijbel te begrijpen. Het materiaal dat we hier presenteren bestaat uit zeven YouTube-video’s met rabbijn Pesah Wolicki, een Thoraleraar. Hij werd daarvoor opgeleid en wijdde de eerste twintig jaar van zijn loopbaan aan lesgeven op scholen, het bestuderen van Joodse teksten en een leven rond studie en kennisoverdracht. ‘Ik groeide op in Ohio, studeerde in Israël, ontving mijn rabbijnse wijding van het opperrabbinaat van Jeruzalem en leidde jarenlang een school. Ik hield ervan.’ De inhoud gaat over actualiteit, geopolitiek en de geschiedenis en mogelijkheden van Israël: onderwerpen die pas werkelijk van binnenuit te begrijpen zijn na een leven vol ervaring.

De video’s zijn Engelstalig. Hieronder vindt u de begeleidende tekst in het Nederlands. We hopen dat dit u meer inzicht geeft in de werkelijkheid die de wereld weigert te aanvaarden.

 

 

1 VOLLEDIGE VERSIE         Delen 1 tot en met 7


Dit is een uitgebreid overzicht van de zeven video’s die de achtergrond en werkelijkheid belichten, tegenover wat de rest van de wereld niet lijkt te beseffen.

1: Het einde van de Amerikaanse controle – Israëls stille opkomst tot grootmacht

2: Onthuld: de werkelijke bedoelingen van Turkije tegenover Israël

3: Turkijes grootste nachtmerrie: Israël smeedt een historisch bondgenootschap van drie landen

4: Israëls strategische zet die alles verandert.

5: Trumps vredesplan ontleed: het ultieme verraad aan Israël?

6: Laatste nieuws: het einde van de Amerikaanse drukmiddelen tegenover Israël

7: Israëls economie stijgt naar de eerste plaats ter wereld!

 

Sinds de zondeval wordt de wereld geteisterd door oorlogen waarin religies aan de oorsprong van conflicten liggen. Politiek leidt in elke vorm tot verdeeldheid en strijd, en uiteindelijk tot overheersing door de machtigen. De politiek negeert Gods Woord en de duivel gebruikt dat om de wereld rechtstreeks naar haar ondergang te leiden. De macht van het geld is de wortel van alle kwaad.


Video 1: HET EINDE VAN DE AMERIKAANSE CONTROLE – ISRAËLS STILLE OPKOMST TOT GROOTMACHT, deel 1


We krijgen te horen dat Israël geïsoleerd is, diplomatiek wordt beperkt en alleen overleeft doordat de Verenigde Staten het beschermen en steunen. We horen dat Israël onder druk staat, dat zijn bondgenootschappen afbrokkelen en dat het uitsluitend met toestemming van Washington kan handelen, en alleen op manieren die Washington goedkeurt.


Maar hier is de waarheid die de meeste analisten, journalisten en beleidsmakers nog niet begrijpen: Israël is niet geïsoleerd. Het wordt niet in zijn handelen beperkt en treedt niet langer uitsluitend uit zelfverdediging op. Israël bepaalt de spelregels in de regio, in het hele Midden-Oosten. Het doet dat stil, doelbewust en op verschillende fronten tegelijk. Israël ontwikkelt zich tot een regionale grootmacht. Daarover gaat deze videoreeks. Wie dit kanaal al langer volgt, zal veel onderwerpen herkennen. We brengen ze nu samen om te laten zien hoe ingrijpend Israëls positie in de regio is veranderd.


Om te begrijpen wat er gebeurt, moeten we eerst een groot misverstand wegnemen. Een regionale grootmacht wordt niet bepaald door haar bevolkingsomvang. Zuid-Korea is bijvoorbeeld een van de dichtstbevolkte landen ter wereld, maar geen grootmacht. Ook oppervlakte is niet bepalend: zeer grote landen zijn niet altijd de belangrijkste macht in hun regio. En retoriek of diplomatie op het wereldtoneel maakt een land evenmin tot grootmacht. Hoe definiëren we dat begrip dan wel? Het is belangrijk dat vanaf het begin helder te krijgen.

Volgens mij wordt een regionale grootmacht gekenmerkt door initiatief en invloed, oftewel de macht die zij uitoefent. Kan een staat gebeurtenissen buiten zijn grenzen vormgeven, in plaats van alleen te reageren op dreigingen en crises? Kan hij rivalen bewegingsvrijheid ontzeggen? Kan hij rode lijnen handhaven, ongeacht de voorkeuren van andere wereldmachten? Kan hij bondgenootschappen smeden die regeringswisselingen, crises en oorlogen doorstaan? Dat zijn de vragen die een grootmacht definiëren. Gemeten daaraan heeft Israël een drempel overschreden. Decennialang was het sterk, maar vooral reactief. Het beschikte over de nodige mogelijkheden, maar werd beperkt door opgelegde diplomatieke ketenen.

Zijn militaire uitmuntendheid functioneerde binnen een kader dat grotendeels door Amerikaans beleid werd bepaald en beheerst. Dat kader verandert nu, tijdens deze oorlog, en snel. Het duidelijkste teken van Israëls nieuwe status vinden we niet in toespraken, maar in daden. Neem Syrië. Israël wacht niet totdat dreigingen volledig werkelijkheid worden of diplomatieke overeenstemming ontstaat. Het voerde talrijke preventieve luchtaanvallen uit tegen militaire opbouw. Na de val van het Assadregime schakelde het een groot deel van het Syrische leger uit om te voorkomen dat dit in handen van jihadisten viel. Het nam grondgebied in dat het nodig achtte voor zijn verdediging en trok Syrië binnen om aangevallen minderheden te beschermen. Dat gebeurde zonder diplomatieke rugdekking of toestemming van de Verenigde Staten of iemand anders. Niet uit roekeloosheid, maar omdat Israël weigert vijandige situaties te laten verankeren. Daarom neemt het initiatief.

Kijk nu naar Gaza. Israël wees buitenlandse veiligheidsregelingen af die zijn toekomstige bewegingsvrijheid zouden kunnen beperken, tijdens onderhandelingen over de uiteindelijke inrichting van het gebied. Zelfs wanneer zulke regelingen als internationaal overeengekomen oplossingen worden gepresenteerd, trekt en handhaaft Israël rode lijnen zoals we niet eerder zagen. Ook buiten Gaza en Syrië staat Israël steeds sterker op eigen zeggenschap over defensieproductie, logistiek, bevoorradingsketens, strategische infrastructuur en regionale bondgenootschappen. Zo wil het voorkomen dat het op cruciale momenten wordt vertraagd of onder druk gezet. We herinneren ons hoe de regering-Biden in de eerste fase van de Gaza-oorlog essentiële uitrusting achterhield om Israëls strategische beslissingen te beïnvloeden.

Israël wordt dus onafhankelijker en zorgt ervoor dat het op beslissende momenten niet kan worden afgeremd. Tegelijk bewaakt het zijn luchtoverwicht in de hele regio. Het haalt niet voortdurend de voorpagina’s, maar Israël beheerst het luchtruim boven grote delen van het Midden-Oosten. Dat is niet het gedrag van een afhankelijke staat, maar van een staat die verantwoordelijkheid neemt voor zijn omgeving. Hoe reageren andere landen daarop? Ook dat bepaalt een grootmacht: oefent zij invloed uit en hoe reageren anderen? Griekenland en Duitsland besteedden de afgelopen maanden miljarden aan Israëlische defensiesystemen. Egypte sloot een enorme overeenkomst om nog jarenlang Israëlisch aardgas te kopen. Dat gebeurt niet uit sentiment, gedeelde waarden, geschiedenis of ideologie, maar omdat Israël een machtscentrum wordt met middelen die deze landen nodig hebben. Andere staten richten hun veiligheid, energievoorziening en strategische planning rond Israël in. Duitsland integreert niet zomaar buitenlandse raketafweersystemen. Griekenland verandert niet lichtvaardig


zijn volledige defensiestrategie en -structuur. Egypte tekent geen energieovereenkomst voor tientallen jaren zonder stabiliteit en langdurige strategische invloed te verwachten. Dit zijn bondgenootschappen op basis van belangen, een teken van werkelijke, duurzame macht. Nergens wordt die verschuiving duidelijker dan in Israëls recente diplomatieke stappen.

Eind december erkende Israël als eerste land ter wereld Somaliland formeel als onafhankelijke staat. We maakten daar een video over, die u wellicht hebt gezien. Het was geen symbolische of impulsieve stap. Somaliland is een pro-Westerse, gematigd islamitische staat, omringd door jihadistische extremisten. Het ligt aan de Golf van Aden, bij de toegang tot de Rode Zee, een van de strategisch belangrijkste scheepvaartroutes ter wereld. Ongeveer een derde van de wereldwijde scheepvaart passeert er. Energievoorziening en militaire toegang tot de Rode Zee hangen ervan af. Decennialang zou Israël nooit zo’n zelfstandige diplomatieke stap hebben gezet, zeker niet zonder afstemming met de Verenigde Staten of Amerikaans leiderschap. Ditmaal nam Israël zelf het initiatief. Het gaf het strategische landschap langs een cruciale corridor vorm zonder toestemming te vragen of deel te nemen aan een breder diplomatiek proces. Vroeger zou dat ondenkbaar zijn geweest. Tegenover Israëls ontwikkeling tot regionale grootmacht staat een rivaal die veel van het Westen helaas nog steeds verkeerd begrijpt: Turkije.

Turkije is in strikt militair opzicht niet Israëls gevaarlijkste vijand, maar wel zijn invloedrijkste strategische tegenstander. Het probeert zelf actief de regionale orde vorm te geven. Erdoğan koestert de ambitie het Ottomaans-islamitische kalifaat te herstellen. Het land omarmt de ideologie van de Moslimbroederschap en onderhoudt bondgenoten en plaatsvervangers in het hele Midden-Oosten. Eén daarvan greep onlangs de macht in Syrië. Bovendien is Turkije NAVO-lid en bezit het internationale institutionele invloed. Anders dan Iran wordt het niet als internationale paria behandeld. Het opereert binnen Westerse structuren en ondermijnt die tegelijkertijd systematisch. Die combinatie maakt het bijzonder gevaarlijk voor Israël. Wie Israëls toekomst wil begrijpen, moet begrijpen waarom juist Turkije, en niet Iran, Rusland of China, de belangrijkste regionale rivaal wordt. Daarop richt het vervolg van deze reeks zich.

Voordat we verdergaan, wil ik iets belangrijks delen. We bespreken hier politiek, maar weten dat we in een geestelijke strijd staan. Gebed is een van onze krachtigste middelen, terwijl de meesten van ons nooit hebben geleerd hoe we daarin kunnen groeien. Dat hoeft niet zo te blijven. Ik maakte een gratis videocursus over belangrijke Bijbelse lessen rond gebed: Abrahams geloof, hoe gebroken mensen bidden en wat te doen wanneer God ‘nee’ zegt. Klik op de link in de beschrijving en schrijf u in. De cursus is gratis en exclusief en zal uw manier van bidden veranderen. Waarom wordt de ontwikkeling van Israël zo vaak verkeerd begrepen? Omdat ze niet past in het traditionele geopolitieke model waaraan we gewend zijn. Israël blijft verbonden met de Verenigde Staten.

Het is onmiskenbaar een hechte Amerikaanse bondgenoot. Israël stemt nog steeds nauw af met Washington, zoals blijkt uit de vele ontmoetingen tussen premier Netanyahu en president Trump. Maar het gedraagt zich niet langer als een beschermde vazalstaat. De verhouding verandert. Israël treedt op als een regionale grootmacht die met Amerika overlegt in plaats van zich eraan te onderwerpen. Dat onderscheid is belangrijk. Of het nu Somaliland erkent of in Syrië optreedt, Israël vraagt geen toestemming. Het bepaalt zelf welke werkelijkheid het langs zijn grenzen en in zijn regio aanvaardt.

Nu Israël een regionale grootmacht wordt, is de kernvraag niet of de wereld dat goedkeurt of zelfs erkent. Dat is juist een deel van het probleem. De echte vraag is wie zich daardoor bedreigd voelt. Het antwoord is niet altijd wat u is verteld. In de volgende aflevering onderzoeken we de botsing tussen twee sterk verschillende machtsmodellen: die van de regionale machten Israël


en Turkije, en hoe hun rivaliteit de toekomst van het Midden-Oosten bepaalt. Daarop moeten we letten wanneer we vooruitkijken naar de komende jaren. Turkije begrijpt namelijk iets wat veel van het Westen nog niet beseft: Israël is een regionale grootmacht.


Video 2: ONTHULD: DE WERKELIJKE BEDOELINGEN VAN TURKIJE TEGENOVER ISRAËL, deel 2

 

Klik op onderstaande link of kopieer hem naar uw browser om de video te starten.


 

Wanneer mensen over Israëls vijanden spreken, noemen ze meestal Iran. Jarenlang was dat Israëls belangrijkste tegenstander. Iran is uiteraard gevaarlijk: het financiert terrorisme, bewapent bondgenoten en roept openlijk op tot Israëls vernietiging. In de afgelopen decennia bouwde het een ‘ring van vuur’ rond Israël: in het noorden via Libanon en Irak, in het zuiden via de Houthi’s in Jemen, door steun aan Hamas en Gaza en door talloze andere activiteiten. Toch is Iran op lange termijn niet Israëls belangrijkste strategische rivaal, zeker gezien de huidige chaos door de protesten in Iran.

Op het moment van deze opname nemen die protesten toe. Het regime is nog niet gevallen. Maar de belangrijkste rivaal op lange termijn is, zoals in de vorige video besproken, Turkije. Het vormt geen onmiddellijk existentieel militair gevaar; op korte termijn wordt geen open oorlog tussen Israël en Turkije verwacht. De dreiging schuilt in Turkijes poging de regionale orde naar zijn eigen ideologie te herscheppen. Anders dan Iran doet het dat binnen Westerse instellingen, onder dekking van het NAVO-lidmaatschap en met de stilzwijgende aanvaarding of goedkeuring van Westerse beleidsmakers die Turkije nog steeds fundamenteel als bondgenoot zien.

Wie Israëls opkomst tot regionale grootmacht wil begrijpen, moet begrijpen waarom Turkije en niet Iran de voornaamste tegenstander is. Israël en Turkije vertegenwoordigen twee fundamenteel verschillende manieren om macht uit te oefenen. Turkije is expansionistisch en ideologisch gedreven. Het zoekt invloed door zich lichamelijk, politiek, militair en religieus in andere samenlevingen te verankeren. Het stuurt troepen naar onder meer Somalië en Libië, bouwt strijdkrachten op via plaatsvervangers en vestigt zich via adviseurs, inlichtingendiensten en religieuze instellingen. Het zoekt niet alleen diplomatieke invloed, maar blijvende aanwezigheid en controle. Van Erdoğan tot lagere functionarissen spreken Turkse leiders openlijk over herstel van het Ottomaanse Rijk, het soennitisch-islamitische kalifaat dat eeuwenlang over deze regio heerste. Erdoğan presenteert Turkije als de natuurlijke leider van de moslimwereld en biedt onderdak aan de leiding van de Moslimbroederschap.

De Moslimbroederschap is de moederorganisatie en ideologische motor achter Hamas en andere islamistische bewegingen in de regio, waaronder Al Qaida en IS. De ideeën over herstel van het kalifaat en het Ottomaanse Rijk zijn geen lege retoriek: ze sturen het Turkse beleid op allerlei manieren. In Noord-Syrië greep Turkije bijvoorbeeld niet tijdelijk in om zich daarna terug te trekken. Het vestigde permanente zones onder Turks militair bestuur. Daar traint en bewapent het militante groepen die de ideologie van de Moslimbroederschap aanhangen, met banden met IS en Al Qaida.


Waar Turkije ingrijpt, beheerst het grondgebied en eist het een langdurige politieke rol op. Tijdens de Libische burgeroorlog zette het drones, marineschepen en eigen personeel in. Niet om het land te stabiliseren, maar om de machtsverhoudingen en het verloop van de burgeroorlog te beïnvloeden. Het is er nog steeds militair aanwezig, ondanks oproepen van de VN, de Verenigde Staten en het grootste deel van de internationale gemeenschap om zich terug te trekken. Turkije bewapent en traint ook het radicaal-islamistische regime in Somalië en onderhoudt er bases. Open Doors International noemt Somalië de op één na gevaarlijkste plaats ter wereld voor christenen. Het behoort tot de meest anti-Westerse staten.

Terug naar het oostelijke Middellandse Zeegebied, waar Israël ligt. Turkije daagt Griekenland en Cyprus uit met vergaande maritieme aanspraken en negeert het internationale recht. Al tientallen jaren bezet het ongeveer 37% van Cyprus illegaal, iets wat Westerse berichtgeving vaak relativeert. Turkije wil bovendien eigen troepen naar Gaza sturen als onderdeel van de internationale stabilisatiemacht uit Trumps twintigpuntenplan. Het lijkt het enige land dat daar graag troepen wil stationeren. De reden is duidelijk: het wil met eigen militairen voet aan de grond krijgen aan Israëls zuidgrens. Extra gevaarlijk is dat Turkije dit alles als NAVO-lid doet. Het profiteert van Westerse terughoudendheid rond het bondgenootschap en de wens het niet in Russische handen te drijven. Daar komt veel Westers wensdenken bij.

Westerse leiders zien Turkije graag als gematigd en pro-Westers, maar dat is het niet. De ideologie van de Moslimbroederschap vormt de kern van zijn strategie. Zij verwerpt seculier nationalisme, wil het Westen ten val brengen, bevordert de politieke islam en steunt jihadistische bewegingen in het Midden-Oosten en daarbuiten. Daarom worden Hamas-leiders in Turkije verwelkomd en beschermd, prijst Erdoğan Hamas als vrijheidsstrijders en steunt Turkije islamistische facties in Syrië, waaronder mensen met rechtstreekse banden met IS en Al Qaida. Turkije ziet deze groepen niet als probleem, extremisten of terroristen, maar als nuttige instrumenten. Dat brengt het in fundamenteel conflict met Israël en steeds meer met Westerse belangen, hoewel veel van het Westen dat niet beseft. Vergelijk dit nu met Israëls manier van machtsuitoefening.

Israël wil geen andere landen of samenlevingen besturen, exporteert geen ideologie en schept geen vazalstaten. Het concentreert zich op drie zaken: bewegingsvrijheid, een voorsprong in inlichtingen en technologische dominantie. Turkije zet strijdkrachten in andere regio’s in; Israël verhindert juist dat vijandige partijen troepen aan zijn grenzen of op ongewenste plaatsen opstellen. Waar Turkije op plaatsvervangers steunt, bouwt Israël bondgenootschappen op basis van gedeelde regionale belangen. Later in deze reeks bespreken we die uitgebreider. Turkije eist ideologisch leiderschap op; Israël geeft de veiligheidsstructuur vorm. Zijn macht is daardoor minder zichtbaar, maar invloedrijker en duurzamer. Het ontneemt rivalen de mogelijkheid zijn handelen te beperken, schakelt dreigingen uit voordat ze grote problemen worden — zoals in Syrië — en verankert samenwerking in capaciteiten en strategische defensiedoelen, niet in ideologie.

Daarom geeft Israël voorrang aan luchtoverwicht. Daarmee compenseert het zijn geringe omvang, beperkte strategische diepte en vijandige omgeving. Zonder die dominantie zou het weer reactief en defensief moeten optreden en alleen dreigingen kunnen beheersen. Met controle over het luchtruim kan het het strijdtoneel vormgeven zonder grondgebied te bezetten. Waarom begrijpt het Westen Turkije dan nog zo vaak verkeerd? Waarom ziet het niet dat er een machtsstrijd


tussen Israël en Turkije gaande is? Turkije profiteert van verouderde aannames. Een groot deel van het Westen beschouwt het nog als een gematigde islamitische democratie, een soms lastige maar noodzakelijke bondgenoot waarmee rekening moet worden gehouden om toenadering tot Rusland of China te voorkomen. Daardoor dulden Washington, grotendeels ook de regering-Trump, en veel Europese landen gedrag dat zij van anderen niet zouden aanvaarden: illegale bezetting van soevereine staten, steun aan militante islamistische groepen, systematische ondermijning van regionale stabiliteit en vervolging van christelijke minderheden. Israël koestert die illusies niet. Vanuit Jeruzalem is Turkije geen stabiliserende kracht, maar een macht die chaos benut om zich te verankeren en haar invloed uit te breiden.

Vergelijk de Turkse dreiging met de Iraanse. Iran bedreigt Israël voortdurend en openlijk, wat openlijke tegenstand oproept. Turkije doet het indirect, gehuld in Westerse diplomatieke legitimiteit als ‘eerlijke bemiddelaar’. Iran bouwt raketten en geeft toe dat die Israël bedreigen; Turkije bouwt invloed op. Iran gebruikt openlijke terreurgroepen als de Houthi’s en Hamas, die als doelwit kunnen dienen. Turkije verankert zich institutioneel, politiek en ideologisch en steunt kwaadwillende partijen financieel en diplomatiek. Dat maakt het moeilijker te bestrijden en op lange termijn gevaarlijker. Israël begrijpt dit. Zijn recente stappen in het oostelijke Middellandse Zeegebied, Syrië, Gaza en elders zijn geen losse reacties, maar onderdelen van één strategie: verhinderen dat Turkije strategische winst boekt en onomkeerbare feiten schept.

Turkije streeft naar een Midden-Oosten dat op islamistische invloed rust. Israël stelt daar bondgenootschappen, controle over het luchtruim en onmisbaarheid voor de veiligheid van andere staten tegenover. In de volgende aflevering kijken we waar die rivaliteit op de kaart zichtbaar wordt. We richten ons op het oostelijke Middellandse Zeegebied en Israëls bondgenootschappen, en op hoe het land het veiligheidsanker voor de hele regio wordt. Wie goed kijkt, ziet dat de kaart het verhaal vertelt.


Video 3: TURKIJES GROOTSTE NACHTMERRIE: ISRAËL SMEEDT EEN HISTORISCH BONDGENOOTSCHAP VAN DRIE LANDEN, deel 3

 

Klik op onderstaande link of kopieer hem naar uw browser om de video te starten.


 

In december, nog maar een maand geleden, kwamen de leiders van Israël, Griekenland en Cyprus in Jeruzalem bijeen voor hun tiende trilaterale top. Op het eerste gezicht leek het een gewone bijeenkomst: wereldleiders, een gezamenlijke verklaring, foto’s en een persconferentie. In werkelijkheid betekende deze top iets geheel nieuws. Het ging niet langer alleen om samenwerking; die bestond al jaren. Volgens de gezamenlijke slotverklaring kondigden de leiders een omvattend strategisch bondgenootschap aan dat veel verder ging dan de bestaande bilaterale betrekkingen. Het omvat nu defensie, veiligheid, energie, infrastructuur, wederzijdse bedrijfsinvesteringen en regionale stabiliteit.


Al die onderwerpen werden uitdrukkelijk genoemd. Het document besloeg een breed scala aan gedeelde strategische belangen.

Ook de plaats was belangrijk: Israël. Premier Netanyahu stond tussen de twee andere leiders. Israël werd duidelijk gepositioneerd als leidende partner in dit bondgenootschap rond de oostelijke Middellandse Zee, als veiligheidsanker waaromheen de anderen zich verzamelen. Wie Israëls opkomst wil begrijpen, moet naar de kaart kijken in plaats van naar toespraken. De oostelijke Middellandse Zee verbindt Europa met het Midden-Oosten via energieroutes, scheepvaartroutes en strategische toegangspunten. Zij grenst aan NAVO- en EU-lidstaten, maar ook aan het instabiele Midden-Oosten. Het is een cruciale regio tussen Israël en Turkije, inmiddels Israëls belangrijkste regionale rivaal. Voor Griekenland en Cyprus is Turkije geen theoretische uitdaging of toevallig machtige buur, maar een dagelijkse strategische dreiging waarover voortdurend wordt gesproken.

Turkije is betrokken bij verschillende maritieme geschillen met Griekenland en Cyprus, betwist hun soevereiniteit en voert agressieve activiteiten uit in de lucht en op zee in de regio. Zoals ik in de vorige video vertelde, bezet Turkije al ongeveer vijftig jaar illegaal circa 37% van Cyprus. Daardoor leven de Grieken en Cyprioten voortdurend onder Turkse druk. Tijdens de top werd dit openlijk besproken: alle drie de landen zien Turkije als een opkomende dreiging. Zoals ik in de vorige video in deze reeks uitlegde, beschouwt Israël Turkije als zijn belangrijkste rivaal in het Midden-Oosten. Turkije breidt zijn invloed in Syrië uit, omarmt islamistische bewegingen en probeert de hele regio te domineren.

Voor Griekenland, Israël en Cyprus is deze alliantie daarom van cruciaal belang. De samenwerking staat inmiddels formeel bekend als het ‘3+1’-verband. Wat houdt dat in? De ‘drie’ zijn Israël, Griekenland en Cyprus; de Verenigde Staten vormen de ‘plus één’. Het gaat om een strategisch partnerschap tussen deze drie landen, die als één blok optreden, en de Verenigde Staten. De 3+1-samenwerking is niet alleen symbolisch, maar betekent een structurele verandering in de inrichting van de regionale orde. Historisch gezien was Israël een onderwerp van Amerikaans beleid en functioneerde het min of meer als een verlengstuk van Washington. De Amerikanen beschermden en bewapenden Israël, maar beperkten vaak ook het optreden van het land. Het Israëlische beleid moest tot op zekere hoogte aan het Amerikaanse beleid worden gekoppeld of erop worden afgestemd.

Binnen het 3+1-verband wordt Israël echter niet behandeld als een Amerikaans protectoraat of een verlengstuk van de VS. Israël is de leidende partner in een regionale alliantie van drie landen. In die hoedanigheid geeft Israël mede vorm aan de regionale veiligheid. Binnen dit drietal brengt Israël zijn militaire technologie, uitgebreide inlichtingencapaciteit, luchtoverwicht en raketafweersystemen in. Die systemen behoren tot de meest geavanceerde ter wereld. Griekenland en Cyprus dragen hun bijzonder strategische geografische ligging bij. Daarnaast vormen zij een verbinding en een doorgang naar Europa en brengen zij politiek gewicht binnen de EU mee. De ‘plus één’, de Verenigde Staten, versterkt de afschrikking door als machtsfactor achter het verband te staan en kwaadwillende regionale spelers in toom te houden. Toch hoeft de VS zich niet langer tot in detail met het Midden-Oosten te bemoeien. Vanuit Washington gezien is dit een veel efficiënter model. Als Amerika zijn buitenlandse betrokkenheid en verstrengelingen wil verminderen, een uitgesproken beleidsdoel in dit ‘America First’-tijdperk, dan is een betrouwbare regionale bondgenoot het best denkbare scenario. En Israël is die bondgenoot. Vanuit Israëlisch perspectief verschilt deze nieuwe situatie sterk van vroeger. Israël profiteert niet langer alleen van Amerikaanse macht; het biedt veiligheid en beheert veiligheidsstructuren waarvan anderen in de regio afhankelijk zijn.

Zo ziet een regionale macht eruit. Bovendien is deze ‘3+1’-samenwerking strategisch belangrijker geworden door de komst van de economische corridor die India, het Midden-Oosten en Europa met elkaar verbindt, bekend als de IMC. Als u die nog niet kent, is het de moeite waard u erin te verdiepen; het is een bijzonder belangrijk initiatief. De IMC is een door de VS geleid initiatief om India via de Golfregio met Europa en de Middellandse Zee te verbinden—


meer bepaald via de VAE en Israël. Het vormt zowel een alternatief voor als een uitdaging aan het Chinese ‘Belt and Road’-initiatief, dat een handelsroute naar Europa wil creëren. Om het IMC-corridorplan te laten slagen, moet het westelijke ankerpunt veilig, stabiel en verdedigbaar zijn. Dat ankerpunt is Israël. De IMC-corridor is dus een cruciaal puzzelstuk om de dynamiek tussen Israël, Griekenland en Cyprus te begrijpen, evenals hun ‘3+1’-samenwerking met de Verenigde Staten. In breder perspectief wil de VS een alternatieve handelsroute van het Verre Oosten naar Europa opzetten die de bondgenoten van China omzeilt. Dat doel is een belangrijke drijfveer achter de ‘3+1’-samenwerking. Binnen dit verband is Israël de toegangspoort tot het oostelijke Middellandse Zeegebied, terwijl Griekenland en Cyprus, mede dankzij hun EU-lidmaatschap, toegang tot en verbinding met Europa bieden. Samen vormen zij een route door het oostelijke Middellandse Zeegebied die strategische knelpunten onder Turkse controle omzeilt en de Turkse dominantie over het scheepvaartverkeer beperkt. Dit verkleint ook de mogelijkheid voor Turkije om zijn geografische ligging als drukmiddel te gebruiken. Juist daarom probeert Turkije deze ontwikkelingen voortdurend tegen te werken en controle over het oostelijke Middellandse Zeegebied uit te oefenen.

Als we naar het grotere geheel kijken — en ik wil het eenvoudig houden, want anders kan het wat verwarrend lijken — zien we een alliantie tussen Israël, Griekenland en Cyprus. Hun uitgesproken veiligheidsdoel is de groeiende dreiging van Turkije tegen te gaan. Maar er is ook een belangrijke economische component: zij vormen de schakel in het oostelijke Middellandse Zeegebied in het Amerikaanse plan voor een corridor die helemaal van India tot Europa loopt. Dat is de economische kant, maar het uiteindelijke doel is vijandige spelers en destabiliserende krachten in het Midden-Oosten te omzeilen. Niets illustreert Israëls ontwikkeling tot regionale macht duidelijker dan zijn wapenindustrie, of ‘defensieaankopen’, zoals het officieel heet. Wanneer landen wapens kopen, schaffen zij immers niet alleen materieel of uitrusting aan; zij smeden ook langdurige allianties.

Moderne militaire technologieën zijn meer dan materieel; ze zijn nauw verweven met inlichtingenwerk en strategische planning. Ik noem dit vanwege de recente aankoop van Israëlische defensiesystemen door Griekenland en Duitsland. Andere landen doen hetzelfde, maar de grote recente aankopen kwamen uit Griekenland en Duitsland. Griekenland kocht onlangs voor 4 miljard dollar aan Israëlische luchtverdedigings- en artilleriesystemen. Dat betekent dat Griekenland zijn defensiecapaciteit afstemt op Israëlische systemen. De Duitse beslissing om het Israëlische Arrow-raketafweersysteem aan te schaffen, volgt dezelfde redenering en is in feite nog belangrijker dan de Griekse aankoop. Het gaat om een grotere bestelling: een overeenkomst ter waarde van

6,5 miljard dollar. Het is de grootste defensie-exportovereenkomst in de geschiedenis van Israël. Maar de werkelijke betekenis in het grotere geheel, strategisch en geopolitiek, is dat Israëlische technologie nu verankerd is in de kern van de luchtverdediging van een grote Europese mogendheid. Zodra systemen met elkaar zijn geïntegreerd, bepalen zij immers voor lange tijd de aard van de relatie.

Bij moderne militaire technologie koopt u nooit alleen materieel; u wordt onderdeel van een systeem. Daardoor raakt het land dat het systeem produceert op een bepaald niveau betrokken bij het verzamelen van inlichtingen en groeit de hele defensiesamenwerking uit tot een partnerschap. Als we alles samen bekijken — de trilaterale top, het 3+1-verband, de IMC-corridor, de Israëlische defensie-export en de energie-infrastructuur die Israël in het oostelijke Middellandse Zeegebied ontwikkelt — wordt het beeld steeds duidelijker. Israël is niet langer alleen een bondgenoot van de Verenigde Staten en westerse mogendheden; het groeit uit tot een veiligheidsknooppunt in het oostelijke Middellandse Zeegebied. Dat verklaart gedeeltelijk Israëls besluit om Somaliland te erkennen. Somaliland ligt aan de Golf van Aden, bij de ingang van de Rode Zee, en heeft daardoor een strategische positie aan scheepvaartroutes die cruciaal zijn voor de wereldhandel en toekomstige handelscorridors. De ligging van Somaliland, bij de Golf van Aden en de zeestraat Bab el-Mandeb, tegenover Jemen, bevindt zich langs de route die schepen via het Suezkanaal naar het oostelijke Middellandse Zeegebied nemen. Toen Israël Somaliland erkende in dezelfde week waarin het een trilaterale overeenkomst met Griekenland en Cyprus sloot, waren die twee gebeurtenissen dan ook nauw met elkaar verweven. Beide vloeiden voort uit Israëls streven naar controle over de scheepvaart- en handelsroutes vanuit het oosten naar het oostelijke Middellandse Zeegebied. En zoals ik in de vorige video vertelde, is Somalië — Somalilands


buurland en tegenstander, dat aanspraak maakt op het grondgebied — nauw verbonden met Turkije. Dit alles maakt deel uit van dezelfde strategische logica.

De top tussen Israël, Griekenland en Cyprus was geen gewone bijeenkomst. Hij liet zien dat de regio wordt hervormd en dat Israël centraal staat in dat proces. In de volgende aflevering verleggen we de aandacht van topontmoetingen en handelsroutes naar ‘rode lijnen’ en de handhaving van de veiligheid in het Midden-Oosten. Nergens is Israëls nieuwe positie immers duidelijker dan in Syrië en in zijn absolute weigering om de controle over het luchtruim in het Midden-Oosten op te geven. Blijf dus kijken naar deel vier van deze reeks.


Video nr. 4: Israëls machtszet die alles verandert — deel 4

 

Klik op de onderstaande link om de video te starten, of kopieer deze naar uw browser.

 

Op 27 juni vorig jaar, twee dagen na het einde van de twaalfdaagse oorlog tussen Israël en Iran, tweette de Israëlische minister van Defensie, Israel Katz, het volgende: ‘Ik heb de IDF opdracht gegeven een handhavingsplan tegen Iran op te stellen. Dit plan omvat het behoud van Israëls luchtoverwicht, het voorkomen van nucleaire vooruitgang en raketproductie, en een reactie op Irans steun aan terroristische activiteiten tegen de staat Israël. Wij blijven vastbesloten dergelijke dreigingen te verijdelen. Ik raad de kop van de tandeloze slang in Teheran aan dit te begrijpen en voorzichtig te zijn. Operatie Amalvi, “Rising Lion”, was slechts een voorproefje van een nieuw Israëlisch beleid. Na 7 oktober is het tijdperk van immuniteit voorbij.’ Vervolgens voerde Israël op 9 september, enkele maanden later, luchtaanvallen uit in Syrië. Openbare berichten uit Libanon en Syrië bevestigden dat deze aanvallen gericht waren tegen pogingen om de Syrische luchtverdediging te herstellen. De Libanese onderzoeker en journalist Sausana berichtte hierover. Israëlische bronnen bevestigden officieel dat het Israëlische leger verantwoordelijk was voor de nachtelijke aanvallen op locaties in Syrië. De aanvallen waren gericht op installaties die verband hielden met de luchtverdedigingssystemen van het Syrische leger, om te voorkomen dat die opnieuw operationeel zouden worden. Volgens de informatie troffen de aanvallen modern Turks militair materieel dat aan de Syrische regering was geleverd, evenals het Russische Pantsir-luchtverdedigingssysteem, dat in een onderhoudshangar stond.

Ik noem deze gebeurtenissen uit juni en september omdat we in deze video, deel vier van onze zevendelige reeks over Israël als regionale macht, kijken naar Israëls luchtoverwicht en de gevolgen daarvan. In het Midden-Oosten staat controle over het luchtruim gelijk aan macht in haar zuiverste vorm. Nergens is Israëls opkomst als regionale macht duidelijker dan in Syrië, waar Israël over één fundamenteel punt geen compromis accepteert: geen buitenlandse mogendheid mag zijn bewegingsvrijheid in de lucht beperken. Niet Iran, niet Syrië, niet Rusland en inmiddels ook niet Turkije. Voor veel buitenstaanders lijkt Syrië een bijzaak: een verscheurd land met versnipperd bestuur, etnische spanningen, overal buitenlandse troepen, zware inmenging van buitenaf en eindeloze instabiliteit.

Maar voor Israël is Syrië geen bijzaak; het is van essentieel belang. Syrië ligt op het kruispunt van de ernstigste dreigingen waarmee Israël wordt geconfronteerd. Al jarenlang lopen Iraanse wapentransporten naar Libanon en Irak via Syrië. Er zijn verschillende jihadistische groepen actief. En nu proberen door Turkije gesteunde troepen zich er blijvend te vestigen. Daarbij komt natuurlijk de dominante kracht binnen het huidige regime... Wie het Syrische luchtruim beheerst, heeft daarom de sleutel tot het beheersen van de


escalatie van deze dreigingen. Controle over het luchtruim maakt het mogelijk te voorkomen dat dreigingen zich ontwikkelen, zoals bij deze Israëlische aanvallen op luchtverdedigingssystemen. Als u de controle over het luchtruim verliest en reactief moet optreden, kunt u pas reageren nadat het gevaar al werkelijkheid is geworden. Israël begrijpt dit beter dan wie ook.

Daarom is Israël al jarenlang voortdurend actief in Syrië. Het valt wapenkonvooien uit Iran aan, maar ook commandocentra, wapenfabrieken, infrastructuur en natuurlijk luchtverdedigingssystemen, voordat die een operationele dreiging kunnen vormen. Dit gaat niet om vergelding voor aanvallen; dat is niet de reden voor de Israëlische luchtaanvallen. De aanvallen in Syrië zijn bedoeld om potentiële vijanden hun mogelijkheden te ontnemen. Israël heeft nooit aanvaard dat Syrische soevereiniteit, werkelijk of verondersteld, zijn recht om op te treden beperkt. Geen enkele Syrische regering heeft Israël ooit als legitieme staat erkend. Er is geen enkele reden voor Israël om een grens te erkennen met een land dat Israëls eigen bestaansrecht niet eens erkent. Sinds de oprichting van de staat Israël wordt Syrisch grondgebied gebruikt als uitvalsbasis voor aanvallen op Israël. Bovendien heeft Syrië herhaaldelijk vijandige buitenlandse mogendheden aan Israëls grens toegelaten. Oproepen aan Israël om de territoriale integriteit van Syrië te respecteren zijn niet alleen naïef; zoals ik in een recente video over Syrië aangaf, zijn ze strategisch en historisch absurd.

Israëls doctrine is heel eenvoudig. Als in Syrië een dreiging ontstaat, grijpt Israël in, ongeacht wie aanspraak maakt op de soevereiniteit over een bepaald gebied. Die doctrine wordt consequent toegepast: tegen Iraanse doelen, tegen Hezbollah, tegen de Syrische luchtverdediging en, wanneer nodig, zelfs tegen Russische pogingen om Israëlische operaties te beperken. Wat recent is veranderd, is niet Israëls doctrine ten aanzien van Syrië, maar de partij die Syrië nu probeert vorm te geven en waarmee Israël te maken heeft. Voor 7 oktober was Iran de belangrijkste macht die Syrië beheerste en het Assad-regime overeind hield. Nu Iran is verzwakt en het Assad-regime verdwenen is, is Turkije de belangrijkste speler. Daarom wilde Turkije de Syrische luchtverdediging herstellen. Luchtverdediging gaat om veel meer dan verdediging alleen; het is een machtsinstrument. Wie effectieve luchtverdediging opstelt, eist het recht op anderen de toegang tot het luchtruim te ontzeggen. Met andere woorden: in moderne oorlogsvoering is controle over het luchtruim een vorm van soevereiniteit. Als Turkije erin was geslaagd in Syrië een geloofwaardige luchtverdedigingscapaciteit op te bouwen en Israël de controle over het luchtruim te ontnemen, zouden de gevolgen ingrijpend zijn geweest.

Denk aan de twaalfdaagse oorlog met Iran. Toen Israël volledig luchtoverwicht in de regio had, gebruikten Israëlische gevechtsvliegtuigen het Syrische en Iraakse luchtruim als corridor naar Iran. Turkse luchtverdedigingssystemen in Syrië dreigden een einde te maken aan die dominantie. Daarom bombardeerden en vernietigden Israëlische vliegtuigen die installaties in september, voordat ze operationeel konden worden. Dat is wat regionale machten doen: zij voorkomen dat strategische realiteiten en dreigingen ontstaan, in plaats van zich er later aan aan te passen. Hier moeten we precies zijn. Israëls optreden in Syrië werd niet ingegeven door vijandigheid tegenover Turkije; dat heeft er niets mee te maken. Israël handhaaft deze rode lijnen eenvoudigweg tegenover iedere speler in Syrië. Of het nu Iran, Rusland of iemand anders is die daar opereert, Israël zorgt voor tegenwicht. De regel is absoluut: geen externe partij mag Israël de toegang tot het luchtruim nabij zijn grenzen ontzeggen. Wat de Turkse situatie anders maakt, is niet de maatregel die Israël nam, maar de partij tegen wie die was gericht. Turkije is een NAVO-lid. Het is een grote militaire macht. Het is een staat die onder de westerse paraplu opereert en geacht wordt legitiem te handelen. Door deze rode lijn toch te handhaven, gaf Israël een duidelijke boodschap af. Bondgenootschappen doen er niet toe: u kunt NAVO-lid zijn, als prowesters worden beschouwd en nauwe banden met de Verenigde Staten hebben, maar niets daarvan gaat boven Israëls veiligheidsdoctrine en veiligheidsbehoeften. Die boodschap werd niet alleen in Turkije gehoord, maar waarschijnlijk ook in Washington. Om te begrijpen waarom Israël niet wil onderhandelen over het luchtruim, moeten we eerlijk zijn: zonder luchtoverwicht valt Israëls hele veiligheidsconcept uiteen. Luchtoverwicht compenseert, zeker voor Israël, de geringe omvang van het land en het gebrek aan strategische diepte. Het maakt vroegtijdige waarschuwing, snelle reacties, effectievere inlichtingenvergaring, precisieaanvallen en beheersing van escalatie mogelijk. Het stelt Israël in staat op meerdere fronten te vechten zonder grondgebied te bezetten of enorme verliezen te lijden. Wie de controle over het luchtruim verliest, wordt kwetsbaar. Het behouden


van die controle, wat Israël van plan is en ook heeft gedaan, maakt het mogelijk de situatie te beheersen. Daarom greep Israël vroeg en doortastend in tegen deze Turkse luchtverdedigingssystemen. Als het had toegestaan dat ze werden geïnstalleerd, ontwikkeld, vervolmaakt en volledig geïntegreerd, zou Israël een toekomst hebben aanvaard waarin zijn beslissingen werden beïnvloed door de radarbeelden van anderen.

Israëls machtsuitoefening in Syrië gaat niet alleen om luchtaanvallen, het uitschakelen van luchtverdediging en het openhouden van het luchtruim. Ze omvat ook contacten met minderheidsgemeenschappen. Israël heeft de Druzen en de Koerden geholpen door hen te beschermen en te bewapenen. Het land werkt ook in stilte samen met andere niet-islamitische minderheden die door de nieuwe orde in Syrië worden bedreigd. De hulp van Israël aan minderheden wordt vaak ten onrechte uitsluitend als een humanitair gebaar gezien. Dat is zeker bewonderenswaardig, maar het is meer dan dat: het is ook strategisch. Door minderheden in Syrië te steunen, voorkomt Israël dat één islamitische groep de grensregio volledig beheerst. Dat creëert bufferzones en bemoeilijkt de consolidatie van een vijandig regime. Deze aanpak staat natuurlijk haaks op de doelstellingen van Turkije. Turkije streeft naar de vestiging van een soennitisch-islamitisch regime dat zich uitstrekt van Syrië tot Somalië. Zoals we hier eerder bespraken, bevordert Turkije leden van de Moslimbroederschap als instrumenten om zijn eigen invloed uit te breiden. Israël geeft de voorkeur aan een pluralistischer Midden-Oosten, vooral langs zijn grenzen, en beschermt daarom niet-islamitische minderheden. Ook dit is niet alleen een kwestie van ideologie of humanitaire overwegingen; het is eveneens noodzakelijk voor Israëls veiligheid. De Verenigde Staten stellen zich voorzichtig op tegenover Syrië na Assad. Washington wil stabiliteit tegen zo laag mogelijke kosten. Het wil een directe confrontatie met Turkije vermijden en beschouwt het land liever als een beheersbare en nuttige bondgenoot, ook wanneer het problemen veroorzaakt. Israël kijkt daar veel pragmatischer naar en ziet iets heel anders in Turkije. Vanuit Jeruzalem gezien is Turkije geen stabiliserende factor, maar een kracht die escalatie aanjaagt en problemen veroorzaakt. Turkije wil uitgroeien tot een nieuwe regionale macht en het strijdtoneel zo vormgeven dat Israël wordt beperkt en in de verdediging wordt gedrongen. Toen Turkije die luchtverdedigingssystemen plaatste, beperkte Israël zich dan ook niet tot verklaringen of diplomatieke stappen: het greep in. Die keuze weerspiegelt Israëls nieuwe, zich ontwikkelende positie en de manier waarop het land zichzelf ziet. Israël wacht niet langer op diplomatieke overeenstemming voordat het zijn kernbelangen beschermt. Het reageert op de capaciteiten van zijn tegenstanders, niet op hun bedoelingen.

En Israël handhaaft zijn ‘rode lijnen’ duidelijk en doortastend. Dat is het gedrag van een regionale macht. Syrië is geen bijzaak, maar het bewijs van Israëls nieuwe machtspositie in de regio. Door deze rode lijn rond het luchtruim te handhaven, liet Israël drie dingen tegelijk zien. Ten eerste behoudt het vanzelfsprekend zijn onbetwiste overwicht in het luchtruim van de hele regio. Ten tweede staat het rivaliserende mogendheden niet toe het machtsevenwicht nabij zijn grenzen te verstoren. En ten slotte is Israël bereid eenzijdig op te treden om dat evenwicht te bewaren. Dit zijn niet de handelingen van een staat die zich verdedigt; dit zijn de handelingen van een regionale macht. In de volgende aflevering verleggen we onze aandacht van de lucht naar de grond en van Syrië naar de Gazastrook. De gebeurtenissen daar laten zien hoe Israël hetzelfde beginsel in een andere context toepast: veiligheid wordt niet uitbesteed en Israël houdt vast aan rode lijnen waarover niet te onderhandelen valt.


Video nr. 5: Trumps vredesplan ontmaskerd: het ultieme verraad aan Israël? — deel 5,

 

Klik op de onderstaande link om de video te starten, of kopieer deze naar uw browser.

 

President Trump kondigde de afgelopen dagen de oprichting aan van wat hij de ‘Board of Peace’ noemt, de Vredesraad. Die moet richting geven aan de volgende fase van het naoorlogse proces in Gaza. Maar kijk goed naar wie in die Vredesraad zitten: Qatar, Turkije en een groep zogenoemde technocratische Palestijnse figuren, van wie velen voormalige functionarissen van de Palestijnse Autoriteit zijn. Kortom: partijen die ofwel openlijk vijandig staan tegenover Israël, ofwel ideologisch verwant zijn aan islamistische bewegingen, ofwel diep corrupt zijn, en vaak een combinatie van alle drie. De aankondiging van deze Vredesraad wordt gezien als de openingszet van de tweede fase van Trumps twintigpuntenplan voor de Gazastrook. Veel analisten en commentatoren interpreteerden dit onmiddellijk als een poging Israël buiten de plannen te houden, of het in een hoek te drijven en te beperken.

Hier in Israël zijn de reacties op de Vredesraad verdeeld. Velen zien het als een nieuwe poging tot een vredesproces in de geest van de Oslo-akkoorden: een proces waarbij we onze veiligheid toevertrouwen aan internationale garanties en buitenlandse troepen toelaten, een scenario dat sterk doet denken aan de situatie in Libanon. Daar kom ik zo op terug. Daarnaast zijn er beloften van internationale instanties en andere regeringen die onze veiligheid zouden moeten garanderen. Maar zoals we weten uit de Oslo-periode en vergelijkbare situaties, vallen die beloften uiteen zodra ze botsen met de harde werkelijkheid van het Midden-Oosten.

Veel commentatoren stellen dat dit Israëls positie ondermijnt. Zoals gezegd zien zij hierin een herhaling van fouten uit het verleden, maar zij missen de kern van wat er werkelijk gebeurt. In deze video, de vijfde in de reeks over Israël als opkomende regionale macht, laten we zien dat Israëls standpunt over de toekomst van Gaza zijn nieuwe positie als regionale macht weerspiegelt. Hebt u de andere video's nog niet gezien? Bekijk dan zeker de rest van de reeks in de afspeellijst ‘superpower’. Voor Israël is Gaza geen diplomatiek experiment of proeftuin voor fantasieën en ideeën over staatsopbouw, vredeshandhaving of het matigen van islamisten. Voor Israël is Gaza eenvoudigweg een frontlinie van de nationale verdediging. Er is daarom eigenlijk maar één vraag over Gaza die er voor Israël werkelijk toe doet. Natuurlijk zijn er andere vragen, maar de belangrijkste voor Israël is: wie beheerst de veiligheid? Of, directer gezegd: wie heeft de wapens? Niet wie hulp verdeelt, niet wie de wederopbouw leidt, niet wie de overheidsdiensten beheert zodra er een technocratisch bestuur is gevormd, en zeker niet wie internationale legitimiteit verschaft. Het draait allemaal om veiligheid. Dat is wat voor Israëli's telt. Dat is wat voor de Israëlische regering telt.

Op dit punt is Israëls standpunt helder en ondubbelzinnig. Israël zal geen naoorlogse regeling voor Gaza aanvaarden die zijn handelingsvrijheid op het gebied van nationale veiligheid beperkt. Zo eenvoudig is het. Israël accepteert geen regeling waarbij de veiligheid afhankelijk is van buitenlandse regeringen, of die nu bevriend of vijandig zijn. We hebben dit eerder meegemaakt. Het Oslo-proces beloofde allerlei veiligheidsgaranties. Internationale troepen beloofden stabiliteit. Buitenlandse regeringen zeiden dat ze zouden ingrijpen. En telkens betaalde Israël de prijs wanneer die garanties in rook opgingen. Die les is inmiddels beslist geleerd: Israël zal zijn veiligheid niet langer uitbesteden. Dat brengt ons bij een punt dat in veel internationale discussies nog steeds wordt ontweken: de ontwapening van Hamas. Hier zien we president Trump, die gisteren op het World Economic Forum in Davos sprak. Kijk maar. ‘Ik denk... ik denk dat we vrede hebben in het Midden-Oosten...’

‘Er zijn nog wat... eh... kleine problemen, zoals Hamas, maar Hamas heeft ermee ingestemd de wapens neer te leggen. Wel, ze zijn nu eenmaal geboren met een wapen in de hand. Dus het is niet eenvoudig. Ze zijn geboren met een geweer in de hand. Het is niet gemakkelijk voor hen, maar dat is waarmee ze hebben ingestemd. Ze moeten het doen. En binnen twee of drie dagen, en zeker binnen drie weken, zullen we weten of ze het gaan doen. Als ze het niet doen, zullen ze heel snel worden weggevaagd. Ze zullen worden weggevaagd.’ Sinds de aankondiging van het twintigpuntenplan voor Gaza horen we steeds hetzelfde van president Trump: Hamas wordt ontwapend, anders zal het de prijs betalen. Het zal worden weggevaagd, zoals hij het hier zegt. Maar daar zit het probleem. Er is geen plan om dat te realiseren. Laten we even terugkijken. Wie dit kanaal volgt, heeft dit al eerder gehoord. Kort na de aankondiging van het twintigpuntenplan vroeg Maria Bartiromo van Fox aan president Trump wie Hamas zou ontwapenen. Hij antwoordde dat Amerika dat misschien zou doen, of misschien de Israëli's. Maar toen minister van Buitenlandse Zaken Rubio enkele weken later in Israël was, vroegen Israëlische verslaggevers hem of Israël zou ingrijpen om Hamas te ontwapenen. Hij zei: ‘Nee, nee, nee, nee, nee. Israël kan dat niet doen, want dat zou het einde van het staakt-het-vuren betekenen.’ Vervolgens verschenen Jared Kushner en Steve Witkoff in 60 Minutes; op de vraag wie Hamas zou ontwapenen, antwoordden zij dat dit de taak zou zijn van de Internationale Stabilisatiemacht. Maar daarna verklaarde koning Abdullah bij de BBC dat het absoluut niet de Internationale Stabilisatiemacht kon zijn. Het twintigpuntenplan voorziet er niet in dat deze macht Hamas ontwapent. Nu fase twee van het plan is aangekondigd, meldt het Witte Huis dat generaal-majoor Jasper Jeffers is aangesteld als commandant van de Internationale Stabilisatiemacht. Hij zal, ik citeer, ‘veiligheidsoperaties leiden, volledige demilitarisering ondersteunen en de veilige levering van humanitaire hulp en wederopbouwmaterialen faciliteren’. Einde citaat. Maar opnieuw ontbreekt iedere aanwijzing wie de wapens van Hamas daadwerkelijk zal innemen. Hij moet de demilitarisering ondersteunen, wat dat ook mag betekenen. En toen president Trump gisteren zei dat Hamas zou worden ‘weggevaagd’ als het niet ontwapende, wat bedoelde hij daarmee? Gaat Israël het doen? Is het staakt-het-vuren dan voorbij?

Ondanks alle discussies over wederopbouw, een technocratisch burgerbestuur en alles wat ‘fase 2’ verder inhoudt, blijft Israëls rode lijn ongewijzigd: de volledige ontwapening en ontmanteling van Hamas. Niet symbolisch, niet cosmetisch en niet alleen voor de buitenwereld. De kans is nul dat Israël zijn troepen uit Gaza terugtrekt, ook uit het gebied bij de ‘gele lijn’, voordat dit is gebeurd. Iedere verwachting, vanuit Washington, Qatar of Turkije, dat Israël genoegen neemt met een schijnvertoning waarin Hamas doet alsof het ontwapent, zijn strijders een andere naam geeft of wapens verbergt terwijl internationale partijen de missie tot succes verklaren, staat volledig los van de werkelijkheid. Israël is immers niet geïnteresseerd in een toneelstuk van naleving. Het wil concrete resultaten, en het resultaat dat Israël eist is heel eenvoudig: Hamas mag in geen enkele vorm meer als gewapende macht bestaan.

Daarom is de weigering om Turkse militairen of veiligheidstroepen in Gaza toe te laten voor Israël een absolute rode lijn. Turkije is een openlijke bondgenoot van Hamas. Het land biedt Hamasleiders een veilig onderkomen. De Turkse dictator Erdogan prijst de ‘vrijheidsstrijders’ van Hamas. Turkije is niet van plan tijdelijk als vredeshandhaver op te treden; het wil een permanente aanwezigheid aan Israëls zuidgrens. Punt. In de hele regio zien we dat Turkse troepen of adviseurs die naar aanleiding van een conflict komen, niet meer vertrekken. Ze blijven ter plaatse, steunen jihadistische islamistische bewegingen en proberen invloed uit te oefenen op alle machtscentra. We hebben dit patroon herhaaldelijk gezien in Noord-Syrië, waar Turkse troepen zich hebben ingegraven in plaats van terug te trekken. In Libië veranderde de Turkse interventie in de burgeroorlog het politieke landschap en de Turken zijn er nog steeds; ze weigerden te vertrekken. Op Cyprus bezet Turkije al tientallen jaren illegaal meer dan een derde van het eiland. Kortom: Turkije toelaten in Gaza betekent een strategische rivaal rechtstreeks aan Israëls zuidgrens brengen. Een rivaal die verbonden is met islamisten van de Moslimbroederschap en ervoor wil zorgen dat Gaza op lange termijn vijandig blijft tegenover Israëls veiligheid. Dat is wat Turkije wil. En Israël zal niet toestaan dat dit proces in gang wordt gezet. Voorstanders van buitenlandse betrokkenheid in Gaza stellen vaak dat internationale of multinationale troepen onpartijdige veiligheidsgaranties kunnen bieden. Kijk eens naar al die landen die deelnemen aan vredesmissies; is dat niet prachtig? Met al die machtige regeringen erbij moet het toch wel lukken. Israëls ervaring wijst echter anders uit. Kijk naar Zuid-Libanon, waar de internationale UNIFIL-macht herbewapening moest voorkomen, maar daarin niet slaagde. Herbewapening en militaire opbouw vonden pal onder hun neus plaats. En in Gaza konden internationaal toezicht en grootschalige buitenlandse investeringen na de Israëlische terugtrekking in 2005 niet voorkomen dat Hamas de macht greep, enorme hoeveelheden wapens binnensmokkelde en een omvangrijke militaire infrastructuur en tunnelnetwerk aanlegde. Destijds trok Israël zich terug van de grens tussen Egypte en Gaza, de zogenoemde ‘Philadelphi-corridor’, op basis van de belofte dat de Egyptenaren de illegale wapensmokkel naar Gaza zouden tegengaan. Israël heeft die les geleerd en wil die niet opnieuw hoeven leren.


Veiligheidsregelingen die op externe partijen berusten, zijn van meet af aan gedoemd te mislukken. Het klopt dat Israël met het Trump-plan heeft ingestemd en dat dit plan voorziet in een internationale stabilisatiemacht. Daar hebben we dus kennelijk mee ingestemd. Maar het plan omschrijft die macht als, ik citeer, ‘een langetermijnoplossing voor de interne veiligheid’. Met andere woorden, en dit staat duidelijk in punt 15 en opnieuw in punt 19 van het plan, de internationale stabilisatiemacht heeft niets te maken met de bescherming van Israël tegen dreigingen vanuit Gaza. Het gaat om interne veiligheid, want Israël zou zoiets nooit toestaan. Israël zou nooit met zo'n plan hebben ingestemd. Die ervaring hebben we al gehad; één 7 oktober is meer dan genoeg.

De logica achter Israëls aanpak van Gaza weerspiegelt de logica die in Syrië wordt toegepast. We bespraken Syrië in de vorige video van deze reeks. In Syrië weigerde Israël...

Rode lijnen moeten worden gehandhaafd voordat ze onomkeerbaar worden overschreden. Dat is strategische macht. Israëls houding tegenover Gaza weerspiegelt een diepere verschuiving in zijn machtspositie. Vroeger accepteerde Israël vaak gebrekkige regelingen om op korte termijn rust te krijgen of internationale diplomatieke druk te verlichten; het deed concessies. Tegenwoordig maakt Israël andere afwegingen. Gesterkt door zijn militaire overwicht, regionale partnerschappen en groeiende economische onafhankelijkheid, onderwerpen die in deze reeks aan bod komen, kan Israël vasthouden aan resultaten die langdurige veiligheid waarborgen, zonder onder druk te bezwijken. Dat getuigt van zelfvertrouwen. Het is geen ideologische kwestie, maar een uiting van onafhankelijkheid en macht. Israël zal zeker afstemmen, overleggen en samenwerken, maar het zal zijn veiligheid niet uitbesteden op basis van internationale garanties. Wanneer er dus wordt gesproken over een vredesraad, plannen voor een tweede fase, technocratisch bestuur in Gaza of wederopbouw, houd dan Israëls perspectief voor ogen: niets daarvan is doorslaggevend. Niet Qatar, niet Turkije, niet internationale kaders, en zelfs niet een hervormde Palestijnse Autoriteit met een nieuw imago. De enige vraag die telt, dezelfde vraag die aan het begin van deze aflevering werd gesteld, is wie de veiligheid beheerst. En Israëls antwoord daarop staat vast: Hamas wordt ontmanteld, zijn wapens worden verwijderd en zijn militaire capaciteiten worden vernietigd. Totdat dit gebeurt, trekt de IDF zich niet terug, niet van de ‘gele lijn’ en niet uit Gaza. Een regionale macht verwart processen immers niet met resultaten. Willen mensen Gaza herbouwen of proberen vrede te bereiken? Ga gerust uw gang; we willen allemaal vrede. Maar de tijd waarin Israël op een proces vertrouwde om veiligheid te bieden terwijl dreigingen intact bleven, ligt achter ons.

Werkelijke macht is niet het vermogen ‘ja’ te zeggen, maar het vermogen ‘nee’ te zeggen en dat ook echt te menen. In de laatste aflevering van deze reeks onderzoeken we de economische kant van Israëls opkomst als regionale macht: energieonafhankelijkheid, wapenexport en een geringere afhankelijkheid van Amerikaanse buitenlandse hulp. Kortom, de factoren die Israëls blijvende macht in de toekomst ondersteunen.


Video nr. 6: Actueel: het einde van de Amerikaanse invloed op Israël — deel 6

 

 

Klik op de onderstaande link om de video te starten, of kopieer deze naar uw browser.

 

Wat maakt een staat eigenlijk tot een grote mogendheid? Die vraag onderzoeken we in deze zesde en voorlaatste aflevering van de reeks over Israël als opkomende grootmacht. Is het winnen van oorlogen? Maakt dat een land tot een grootmacht? Niet noodzakelijk. Veel staten kunnen vechten, aanvallen uitvoeren en een veiligheidscrisis overleven. Maar het verschil tussen een staat die veldslagen wint en een staat die werkelijk het strategische landschap vormgeeft, ligt ergens anders. Het draait om de vraag naar


bestendigheid. Reikt die macht verder dan overwinningen op het slagveld? Kan het land diplomatieke druk weerstaan? Is het daartegen bestand? Kan het zich veroorloven ‘nee’ te zeggen? Kan het handelen zonder toestemming van andere staten? Proberen andere staten hun belangen op dat land af te stemmen? Is die macht duurzaam?

Precies hier wordt Israëls verandering onmiskenbaar. Israël bouwt tegenwoordig niet langer alleen macht op om het volgende conflict te overleven. Het bouwt macht op die blijft bestaan. Dat is een ingrijpende verschuiving. Decennialang was een belangrijk verwijt aan Israël, ook van Israëli's zelf, dat het land dacht in defensieve tactieken voor de korte termijn en een breder strategisch plan miste. Maar juist dat verandert nu. Decennialang werd Israëls macht op heel specifieke punten als beperkt gezien. Israël gold als sterk en bekwaam, maar ook als afhankelijk en beperkt in zijn handelingsvrijheid: militair superieur aan zijn vijanden, maar afhankelijk van Amerikaanse steun, Amerikaanse leveringen en uiteraard Amerikaanse diplomatieke rugdekking. Dat beeld bepaalde hoe bondgenoten met Israël omgingen, hoe tegenstanders hun diplomatieke en militaire stappen tegenover Israël berekenden en zeker ook hoe Washington invloed uitoefende op de Joodse staat. De Amerikaanse militaire hulp, ongeveer 3,8 miljard dollar per jaar volgens het huidige memorandum van overeenstemming, was daarbij een cruciale factor.

Bij meningsverschillen konden leveringen van belangrijk materieel worden vertraagd, voorwaarden worden opgelegd en druk worden uitgeoefend met tastbare gevolgen. Dat zagen we aan het begin van de oorlog, kort na 7 oktober, toen de regering-Biden bepaalde cruciale leveringen tegenhield. Het doel was Israëls tactiek te beïnvloeden, evenals de beslissing om Rafah wel of niet binnen te trekken. U herinnert zich misschien dat dit alles voortkwam uit Israëls sterke afhankelijkheid van de Verenigde Staten. Israël moest bij strategische beslissingen vaak rekening houden met die werkelijkheid, maar dat tijdperk loopt ten einde. We bekijken de verschillende manieren waarop dit gebeurt. De eerste pijler van Israëls nieuwe, duurzamere machtspositie is energie. Israëls enorme aardgasreserves, grotendeels ontdekt in 2009 en 2010, beginnen eindelijk werkelijk vruchten af te werpen en hebben de regionale positie van het land in stilte veranderd. Afgelopen december keurde Israël zijn grootste aardgasexportovereenkomst ooit met Egypte goed. De geschatte waarde over de looptijd van het contract bedraagt 35 miljard dollar. En nee, dit is niet alleen een economische transactie. Als we de volledige impact begrijpen, zien we dat het een strategische zaak is. Pijpleidingen en verwerkingsinstallaties creëren afhankelijkheden en gedeelde belangen en beïnvloeden gedrag op lange termijn, zowel diplomatiek als op veiligheidsgebied. Wanneer een land afhankelijk is van uw energie, zoals Egypte nu afhankelijk zal zijn van Israëlische energie, heeft het er belang bij stabiliteit te behouden, escalatie te vermijden en af te zien van handelingen die de leverancier, in dit geval Israël, bedreigen.

Waar energie ooit een kwetsbaar punt voor Israël was, dient ze nu als middel om invloed uit te oefenen. Die invloed versterkt de regionale allianties die we eerder in deze videoreeks bespraken. De tweede pijler van deze blijvende machtspositie is de Israëlische defensie-export, een onderwerp dat in recente video's aan bod kwam. Duitsland kocht het Israëlische Arrow-raketafweersysteem voor ongeveer 6,5 miljard dollar. Het is de grootste defensie-exportovereenkomst in Israëls geschiedenis. Daar bleef het niet bij; in de weken daarna volgden aankopen van andere technologieën. Om de betekenis daarvan volledig te begrijpen, moeten we verder kijken dan de verkoop van materieel. Het is niet simpelweg een overdracht van apparatuur waarna de klant vertrekt. Zo'n overeenkomst houdt in dat Israëlische technologie en samenwerking worden geïntegreerd in de defensiestructuur van een grote Europese mogendheid. Het Arrow-systeem in Duitsland zal de Europese luchtverdedigingsdoctrine nog tientallen jaren beïnvloeden. Dezelfde logica geldt voor de Griekse aankoop van Israëlische luchtverdedigings- en artilleriesystemen ter waarde van 4,1 miljard dollar voor het project ‘Achilles Shield’.

Landen doen zulke aankopen niet lichtvaardig. Ze doen dat wanneer ze vertrouwen hebben in het oordeel van de staat die het systeem ontwikkelde. Israëls gevechtservaring, technologische voorsprong en operationele pragmatisme zijn uitgegroeid tot waardevolle strategische exporttroeven. Zo verandert invloed in blijvende weerbaarheid. Laten we nu de zojuist besproken cijfers vergelijken. We keken naar de geldstromen bij deze overeenkomsten: het gascontract met Egypte en de defensiecontracten. Zoals eerder gezegd bedraagt de Amerikaanse militaire hulp aan Israël ongeveer 3,8 miljard dollar per jaar. Dat was ongeveer 11% van Israëls defensiebegroting vóór 7 oktober. Sindsdien is dat percentage gedaald, omdat Israël na 7 oktober zijn defensie-uitgaven aanzienlijk heeft verhoogd. Dus: 3,8 miljard dollar. Houd dat bedrag in gedachten. De overeenkomst met Duitsland voor het Arrow-raketafweersysteem komt overeen met bijna twee volledige jaren Amerikaanse hulp aan Israël. En de Griekse aankoop van 4,1 miljard dollar overtreft het bedrag van een heel jaar Amerikaanse hulp. Dat zijn slechts twee overeenkomsten die in de afgelopen maand werden gesloten. Het gascontract met Egypte alleen al komt overeen met ongeveer tien jaar Amerikaanse militaire hulp.

Plaatsen we deze cijfers nu in historisch perspectief. In 1979, toen de Amerikaanse hulp aan Israël op grote schaal begon na de Camp David-akkoorden tussen Israël en Egypte en president Jimmy Carter de Israëli's compenseerde voor hun terugtrekking uit de Sinaï, bedroeg de Amerikaanse hulp 19% van Israëls bbp. Sta daar even bij stil: bijna een vijfde van Israëls bbp bestond uit Amerikaanse hulp. In 1995 was dat aandeel gedaald tot ongeveer 5,7% en in 2024 tot 0,7%. Bedenk dat: van 19% in 1979 naar minder dan 1% in 2024. En zelfs die 0,7% houdt geen rekening met de eerder genoemde overeenkomsten in de defensie- en energiesector uit 2025. Minder Amerikaanse hulp betekent niet dat Israël de banden met de Verenigde Staten wil verbreken. Het betekent eenvoudigweg dat Israël niet langer structureel afhankelijk zal zijn van Amerikaanse hulp. In het huidige politieke klimaat, zeker nu ‘America First’ de opkomende politieke stroming in de VS is, past dat helemaal.

Amerika kampt met een explosief groeiend begrotingstekort en zou niet zoveel geld aan buitenlandse aangelegenheden moeten uitgeven. Bovendien vinden steeds meer Amerikanen dat er geen geld meer naar buitenlandse hulp moet gaan. In het huidige politieke klimaat weegt dat zwaar. Wat ooit een bron van steun voor Israël was, is steeds meer een last geworden. Het wordt ingezet als politiek wapen. Het is onderwerp van een ongezond publiek debat en wordt gebruikt om allerlei vormen van druk uit te oefenen die Israëls onafhankelijkheid belemmeren. Israël begrijpt dit en past zijn beleid daarop aan. Dit verklaart recente berichten dat voormalig minister van Strategische Zaken Ron Dermer in stilte werkte aan een langetermijnplan om de Amerikaanse militaire hulp aan Israël af te bouwen. Premier Netanyahu heeft dit de afgelopen weken ook openlijk gezegd. Kijk maar: ‘Ik wil de militaire hulp in de komende tien jaar afbouwen.’ ‘Dat zou een enorme verandering betekenen.’ ‘Zoals u zegt, ontvangen we jaarlijks 3,8 miljard dollar aan Amerikaanse militaire hulp. Dat waarderen we zeer. Tijdens mijn bezoek aan president Trump zei ik dat we de militaire hulp die Amerika ons door de jaren heen heeft gegeven, zeer op prijs stellen. Maar ook wij zijn volwassen geworden en hebben enorme capaciteiten ontwikkeld. Onze economie zal binnen tien jaar de grens van een biljoen dollar bereiken. Dat is geen gigantische economie, maar zeker ook geen kleine. Daarom wil ik de militaire hulp in de komende tien jaar afbouwen. Dat betekent niet dat ik niet wil blijven vechten voor de loyaliteit en steun van het Amerikaanse volk. Dat wil ik zeker. Het zou dwaas zijn om dat niet te doen. Die band is diepgeworteld.’ ‘U wilt die hulp binnen tien jaar tot nul terugbrengen?’ ‘Ja.’ De logica is eenvoudig en getuigt van volwassenheid.

De alliantie tussen Israël en de Verenigde Staten wordt sterker, niet zwakker, wanneer zij berust op partnerschap in plaats van noodzaak. Minder steun verzwakt de samenwerking niet; het normaliseert die. Israël zal nog steeds inlichtingen delen. Het zal nog steeds samen met de Verenigde Staten systemen ontwikkelen. Het zal zijn strategie blijven afstemmen en Amerikaanse belangen in de regio blijven behartigen. Maar het zal dat doen als een staat die ‘nee’ kan zeggen zonder te vrezen dat hij instort. Dat is geen ondankbaarheid. Het is geen verbreking van banden. Het is soevereiniteit.

Israël ziet er niet uit als een grootmacht in de traditionele betekenis van het woord. Dat klopt. Het bezet geen grondgebied. Het legt zijn ideologie niet aan anderen op. En het eist geen trouw van vazalstaten. In plaats daarvan geeft Israël zijn omgeving vorm. Het beheerst het luchtruim waar dat ertoe doet. Het ontneemt rivalen de mogelijkheid om het te beperken. Het pakt opkomende dreigingen preventief aan op basis van hun capaciteiten, in plaats van een defensieve houding aan te nemen. Het levert energie en veiligheid aan andere landen die daarvan afhankelijk zijn. En natuurlijk trekt het rode lijnen op basis van zijn eigen belangen en handhaaft die. Zo ziet een regionale grootmacht eruit. Zoals ik in deze videoreeks steeds heb benadrukt, is dit de centrale vraag die Israëls groeiende regionale macht zichtbaar maakt: wie beheerst de veiligheid? In Syrië beantwoordde Israël die vraag vanuit de lucht. In Gaza deed het dat op de grond. En in het oostelijke Middellandse Zeegebied gaf Israël antwoord als centrale speler in de alliantie met Griekenland en Cyprus. Nu geeft Israël ook antwoord op economisch en


industrieel gebied, via energie- en defensieovereenkomsten. Israël vraagt niet langer wie toestemming geeft om te handelen. Het bepaalt zelf wie het Midden-Oosten mag vormgeven en wie niet. Israëls opkomst als regionale macht voltrekt zich in stilte. Ze kondigt zich niet aan met slogans of verklaringen, maar via pijpleidingen, radarsystemen, luchtoverwicht en gehandhaafde rode lijnen op veiligheidsgebied. Turkije begrijpt dat. Griekenland begrijpt dat. Duitsland begrijpt dat. Egypte begrijpt dat. De regio wordt opnieuw ingericht. En Israël reageert daar niet langer alleen op. Het reageert niet meer op anderen, maar staat midden in deze veranderingen. Israël overleeft niet alleen in het Midden-Oosten; het geeft het vorm.

Video nr. 7: Israëls economie stijgt naar nummer 1 van de wereld! Deel 7

Klik op de onderstaande link om de video te starten, of kopieer deze naar uw browser.

 

Vandaag wil ik iets met u delen dat ik werkelijk opmerkelijk vind, en ik kies dat woord heel bewust. Het is opmerkelijk. Een zeer vooraanstaande Israëlische econoom, Shlomo Ma, gaf onlangs een interview op de Israëlische kabeltelevisie. Ik keek ernaar en hij deed een uitspraak die me bijna ongelooflijk in de oren klonk, gezien alles wat Israël op veiligheidsgebied heeft meegemaakt en nog steeds meemaakt. Hij zei dat Israël momenteel, dit zijn zijn woorden, de sterkste economie ter wereld heeft onder de ontwikkelde westerse landen. De sterkste, niet alleen een land dat zich staande houdt. Toen ik dat hoorde, kon ik het moeilijk geloven. En ik weet wat u denkt: twee jaar oorlog, honderdduizenden opgeroepen reservisten wier economische leven werd ontwricht. De toeristische sector is vrijwel ingestort. Hoe kan Israël dan de sterkste economie ter wereld hebben onder de ontwikkelde landen?

Waar had Shlomo het over? Omdat deze uitspraak mij zo verbaasde, besloot ik enkele indicatoren die hij kort noemde nader te bekijken. Ik wilde de feitelijke gegevens onderzoeken. En die wil ik met u delen. Het Internationaal Monetair Fonds, het IMF, is de mondiale organisatie die de economieën van alle landen ter wereld volgt en analyseert. Het meet iets dat het bbp per hoofd van de bevolking wordt genoemd. Die term hoort u voortdurend. Bbp staat voor bruto binnenlands product: de totale waarde van alles wat een land produceert, alles wat een economie voortbrengt, goederen, diensten, alles. ‘Per hoofd’ betekent eenvoudigweg ‘per persoon’. Het bbp per hoofd van de bevolking is dus in wezen het gemiddelde aandeel van de economische productie per inwoner. Het is de standaardmethode waarmee economen de welvaart van de bevolking van het ene land met die van andere landen vergelijken. Israëls bbp per hoofd bedraagt momenteel meer dan 69.000 dollar. Daarmee staat Israël wereldwijd op de dertiende plaats, vóór het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Japan. Een dertiende plaats maakt het natuurlijk nog niet tot de sterkste economie ter wereld, maar de Israëlische economie groeit. Daar komen we zo op terug.

De landen die ik zojuist noemde en die Israël inmiddels qua bbp per hoofd heeft voorbijgestreefd, zijn al lang welvarende industriële mogendheden, sommige al eeuwen. Israël werd pas in 1948 een staat. En het gaat niet alleen om Israëls huidige positie, maar ook om de richting waarin het land zich ontwikkelt. Voor 2026 wordt een groei van de Israëlische economie van 4,4% verwacht. Dat betekent dat de economie als geheel met 4,4% groeit. 4,4%. Dat is enorm. Om te begrijpen hoe opmerkelijk dat is, moeten we naar de G7 kijken: de informele groep van de zeven grootste en machtigste economieën ter wereld. De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Italië, Canada en Japan. Dit zijn de landen die in feite de koers van de wereldeconomie bepalen. Hun economieën groeien dit jaar gemiddeld met ongeveer 1% tot 2%.


1% tot 2%. Israël, een land met minder dan 10 miljoen inwoners dat midden in een oorlog zit, groeit sneller dan al deze landen. Het groeit zelfs twee keer zo snel, of nog sneller, dan de meeste ervan. De beurs van Tel Aviv is sinds het begin van dit jaar met ongeveer 20% gestegen, na een groei van 51% in 2025. Een beursstijging van 51%. Een stijgende beurs is niet alleen goed nieuws voor beleggers; het is een teken dat bedrijven winstgevend zijn, dat mensen vertrouwen hebben in de economische toekomst en dat er kapitaal uit het buitenland binnenstroomt. Dat de Israëlische markt tijdens een oorlog zo sterk groeit, zegt ook veel.

Laten we nu naar de munt kijken: de Israëlische sjekel. De sjekel is dit jaar bijna 7% in waarde gestegen tegenover de dollar. Eenvoudig gezegd betekent dit dat de Israëlische munt ten opzichte van de Amerikaanse munt meer waard is dan aan het begin van het jaar. Dat wijst erop dat de wereldmarkten vertrouwen hebben in Israëls economische stabiliteit. Israëls staatsschuld bedraagt ongeveer 70% van het bbp. Dat cijfer vraagt om context en uitleg, dus laten we daar even bij stilstaan. Ieder land leent geld om in zijn behoeften te voorzien en economen volgen de verhouding tussen schuld en bbp. De schuldquote, de schuld afgezet tegen de omvang van de economie, is een maatstaf voor de financiële gezondheid van een land. Natuurlijk heeft ieder land schulden, want er wordt voortdurend geleend. Schuld op zichzelf is geen teken van financiële zwakte, maar de verhouding tussen schuld en bbp geeft wel inzicht in de financiële gezondheid. Hoe lager die verhouding, hoe meer beleidsruimte een land heeft en hoe gezonder zijn economie is. Het G7-gemiddelde ligt boven de 123%. De Verenigde Staten zitten daar ruim boven, terwijl Israël op 70% zit. In verhouding tot zijn omvang heeft het land dus veel minder schuld dan de rijkste landen ter wereld. Dat betekent meer financiële speelruimte en een veel duurzamer traject. De OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, in wezen de club van de 38 meest ontwikkelde economieën ter wereld, heeft een uitgebreid economisch rapport over Israël gepubliceerd. Het concludeert dat de veerkracht van de Israëlische economie, om hun woorden samen te vatten, voortkomt uit degelijk begrotingsbeleid vóór de oorlog, een stabiel financieel stelsel en wat zij een ‘levendige hightechsector’ noemen. Volgens hun prognoses zal de Israëlische economie in 2026 met bijna 5% groeien. Ter vergelijking: het wereldgemiddelde ligt onder de 3%. En dit alles gebeurt tijdens een oorlog. Laat dat even bezinken. In het interview maakte Shlomo ook een bijzonder interessante vergelijking. Hij zette de situatie in Iran tegenover die in Israël en zag bijna een spiegelbeeld. Laten we daar even naar kijken.

Iran, zo stelde hij, stevent af op een economische ineenstorting. Er is geen water, geen elektriciteit en geen functionerend financieel systeem. Het land is afgesloten van het wereldwijde bankensysteem dat voor grensoverschrijdende handel wordt gebruikt. Daardoor is zelfs normale internationale handel onmogelijk. Trumps sancties, economische maatregelen die Iran de mogelijkheid moeten ontnemen inkomsten te genereren, kosten het land naar schatting 400 miljoen dollar per dag. Daarin is de impact van de blokkade inbegrepen. Iran heeft echter altijd manieren gevonden om de regels te omzeilen. Zo is goed gedocumenteerd hoe Turkije namens Iran goud kocht om het land te helpen sancties te ontwijken. Turkije helpt Iran inderdaad al jaren sancties te omzeilen. Al in 2012 en 2013, nadat Iran was afgesloten van het internationale bankensysteem, faciliteerde een Turkse staatsbank een constructie waarbij Iran olie en gas aan Turkije verkocht, in Turkse lira werd betaald en die munt vervolgens gebruikte om op de Turkse markt goud te kopen en dat fysiek uit te voeren. Zo voorzag Turkije Iran van goud. De Turkse vicepremier gaf dat destijds zelfs openlijk toe. Via deze constructie stroomde naar schatting 13 miljard dollar aan goud naar Iran. Het leidde tot een grote strafzaak in de Verenigde Staten, waarbij een Turks-Iraanse goudhandelaar werd gearresteerd. Nadat hij met de autoriteiten ging samenwerken, uitte hij beschuldigingen waarbij Erdogan zelf betrokken raakte.

Dit is een zijstap, maar het laat zien hoe vindingrijk Iran is in het zoeken naar zulke omwegen wanneer sancties worden opgelegd. Misschien vindt het juist nu weer nieuwe omwegen. Wie weet? Maar het net rond Iran sluit zich. En er is een grens aan hoelang een economie met zulke constructies overeind kan worden gehouden. Hoe dan ook, terug naar Israël. Terwijl dit zich in Iran afspeelde, sloot Israël eind 2025 een aardgasovereenkomst van 35 miljard dollar met Egypte. Duitsland koopt voor miljarden aan Israëlische defensietechnologie. Ik schat dat het daar de afgelopen zes maanden tussen de 8 en 10 miljard dollar aan heeft uitgegeven.


Griekenland heeft voor 4 miljard dollar aan Israëlische luchtverdedigingssystemen en wapens gekocht. En dan zijn er de twee grote overnames die onlangs plaatsvonden. In beide gevallen ging het om Israëlische bedrijven. Google nam het Israëlische cybersecuritybedrijf ‘Whiz’ over voor 32 miljard dollar: de grootste overname in de geschiedenis van Google en de grootste ‘exit’ ooit voor de Israëlische technologiesector. Intussen nam ‘Palo Alto Networks’ een ander Israëlisch cybersecuritybedrijf, ‘Cyber Arc’, over voor 25 miljard dollar. Dat was de grootste overeenkomst in de geschiedenis van de cybersecuritysector. Beide transacties werden begin 2026 afgerond, midden in een oorlog. Bedenk eens wat dat betekent.

De grootste spelers in de mondiale technologiesector keken naar Israël, een land onder vuur, met soldaten aan het front, loeiende sirenes en inkomende raketten, en zeiden: ‘Wij willen deel uitmaken van die economie.’ Wie dit kanaal al langer volgt, weet dat ik een zesdelige reeks heb gemaakt. U vindt die bij de afspeellijsten onder de titel ‘Superpower’. Daarin legde ik uit hoe Israël zich ontwikkelde tot regionale macht. Wat econoom Shlomo Ma vanuit economisch perspectief beschrijft, is in wezen de financiële kant van het verhaal dat ik in die reeks vertelde. We voegen deze video aan die afspeellijst toe, zodat het een zevendelige reeks wordt. Ik wil hier de verbanden leggen, want het economische en het geopolitieke verhaal zijn eigenlijk hetzelfde verhaal. Daarom bespreek ik enkele cruciale details van Israëls opkomst tot grote mogendheid.

Kijk eens wat Israël de afgelopen twee jaar heeft opgebouwd terwijl het tegelijkertijd oorlog voerde. Er zijn alle economische indicatoren die ik in deze video al met u deelde. Daarnaast zijn er de strategische stappen ten westen van Israël: de verdieping van de strategische alliantie met Griekenland en Cyprus. Dit is meer dan een warme relatie tussen buurlanden. Het is een formeel veiligheidsverband dat soms ‘3+1’ wordt genoemd. Die naam verwijst naar de samenwerking tussen Israël, Griekenland en Cyprus in de regio, die als blok naast de Verenigde Staten optreden. Binnen dat partnerschap is Israël ter plaatse de leidende partner wat betreft regionale veiligheidscapaciteiten. Zoals gezegd heeft Griekenland voor meer dan 4 miljard dollar aan Israëlische luchtverdedigingssystemen en wapens gekocht. Het gaat niet alleen om materieel. Wie Israëlische luchtverdedigingssystemen koopt, wordt onderdeel van het Israëlische luchtverdedigingsnetwerk. Dat is een strategische relatie, niet zomaar een aankoop. Ten oosten van Israël is er vervolgens het I2U2-verband: Israël, India, de VAE en de Verenigde Staten. India heeft 1,5 miljard inwoners en Israël is er enorm populair. Toen de Indiase leider Narendra Modi in februari Israël bezocht, slechts enkele dagen voor de oorlog met Iran, ondertekenden de twee landen 16 formele overeenkomsten en startten zij 11 gezamenlijke initiatieven op het gebied van AI, cybersecurity, defensietechnologie, landbouw, handel en meer. Zij tilden hun relatie naar het niveau van een bijzonder strategisch partnerschap, met inbegrip van een vrijhandelsovereenkomst waarover momenteel actief wordt onderhandeld. Centraal in die relatie staat de zogenoemde ‘IMC-corridor’: de economische corridor die India, het Midden-Oosten en Europa verbindt. Ik heb daar op dit kanaal vaak over gesproken. Het is het Amerikaanse antwoord op China's ‘Belt and Road’-initiatief, dat een landbrug van het Oosten naar Europa wil creëren. China bouwt een handelsroute over land die het via Iran en Turkije, beide Chinese bondgenoten, met Europa verbindt. Het Amerikaanse antwoord is een concurrerende corridor van India via de VAE en Israël naar Cyprus, Griekenland en uiteindelijk Europa, die Iran, Turkije en alle andere problematische spelers in de regio omzeilt. Israël is hierin de spil: het punt waar het Midden-Oosten via de corridor met Europa wordt verbonden. Dat is geen kleinigheid. Het betekent dat een land zich centraal positioneert in de volgende generatie wereldhandel, ten bate van India, een van de dichtstbevolkte en machtigste landen ter wereld. Intussen werkt Israël in stilte aan een veiligheidsstructuur in Oost-Afrika door defensiebanden aan te knopen met Kenia, Oeganda, Rwanda, Ethiopië en natuurlijk Somaliland, dat Israël als onafhankelijke staat heeft erkend. Dit zijn geen losse nieuwsberichten; er is een duidelijk patroon. We spreken over landen met een christelijke meerderheid die met jihadistische dreigingen worden geconfronteerd. Zij hebben de mondiale situatie beoordeeld en besloten aan welke kant zij willen staan. Israël ontwikkelt zich tot hun veiligheidsanker en beschermer op defensiegebied. Dan is er de al genoemde defensie-export naar Europa. Duitsland koopt tussen de 6 en 10 miljard dollar aan Israëlische defensietechnologie, waaronder luchtverdedigingssystemen, wapens en militair materieel. Bedenk dat Duitsland na de Tweede Wereldoorlog lange tijd weigerde een volwaardige krijgsmacht op te bouwen. Dat Duitsland zich nu tot Israël wendt, bereid is zwaar te investeren en zegt ‘Wij hebben nodig wat jullie hebben’, zegt veel over Israëls positie. Het interview met Shlomo ging over economische cijfers, maar die staan niet op zichzelf. Landen zoeken nauwere banden met Israël omdat het zich met zijn technologie op ieder niveau van het slagveld heeft bewezen. Die technologie behoort tot de beste ter wereld. Bovendien wordt Israëls strategische positie steeds centraler in de hervorming van de wereldorde en in het bijzonder van het Midden-Oosten. De economie weerspiegelt dit alles. Wanneer de grootste technologiebedrijven ter wereld Israëlische ondernemingen overnemen voor tientallen miljarden dollars en wereldmachten Israëlische wapens kopen en Israëlische veiligheidssystemen gebruiken, werkt de stijgende beurskoers als een scorebord dat de omvang van de overwinning aangeeft. Het laat zien wat er werkelijk onder de oppervlakte, onder de motorkap, van de Israëlische economie gebeurt. Ik stel al lang dat Israël zich tot een regionale macht ontwikkelt. Wat Shlomo beschrijft, namelijk dat Israël de sterkste en gezondste economie ter wereld heeft, is de economische dimensie van die opkomst. Waarom is dat zo belangrijk? Niet alleen als interessant nieuwsfeit, maar om een veel diepere reden. Laten we uitzoomen en het grotere geheel bekijken. We leven in een tijd waarin het beeld van Israël in de reguliere media wordt gedomineerd door verhalen over isolement, veroordeling en een pariastatus. Maar als we kijken naar wat er werkelijk op het niveau van staten gebeurt, zien we iets anders: landen zoeken nauwere banden met Israël, bedrijven investeren er en de Israëlische economie bloeit als nooit tevoren. In Deuteronomium staat: ‘Want u bent een heilig volk voor God.’ Joodse wijzen leggen uit dat het woord ‘Kadosh’, heilig, de betekenis draagt van ‘apart gezet’ of ‘afgezonderd voor een hoger doel’. Dat betekent dat Israël altijd bestemd was om apart te staan. Het verhaal van het Joodse volk is nooit vergelijkbaar geweest met dat van enig ander volk. Wij zijn onderscheiden; wij zijn anders. Wanneer de wereld dus beweert dat Israël geïsoleerd raakt en instort, terwijl de beurs recordhoogten bereikt en buitenlandse investeringen binnenstromen, is er duidelijk iets veel groters gaande. Mozes gaf ook een waarschuwing die aandacht verdient. Hij stelde dat het, ironisch genoeg, nadelig kan uitpakken als de rente hoog blijft en de sjekel in waarde blijft stijgen. Vooral de hightechsector zou daaronder kunnen lijden. Dat werkt als volgt: rente is in wezen de prijs van geld, of de kosten van het lenen ervan. Het is wat banken in rekening brengen om geld uit te lenen, en bedrijven zijn de belangrijkste leners. Bij een hoge rente wordt het voor bedrijven dus duurder om te lenen en uit te breiden. Het probleem met de sjekel is specifieker. Ik leg het uit. De meeste Israëlische hightechbedrijven verkopen hun producten en diensten wereldwijd en worden in dollars betaald. Ook investeringskapitaal uit het buitenland komt in dollars binnen. Hun inkomsten luiden dus in dollars. Stel dat u een Israëlisch technologiebedrijf hebt en zojuist een overeenkomst van bijvoorbeeld één miljoen dollar hebt gesloten. Een jaar geleden was die miljoen dollar ongeveer 3,5 miljoen sjekel waard. Tegenwoordig levert dezelfde miljoen dollar door de sterke sjekel veel minder op, minder dan 3 miljoen sjekel. Uw inkomsten in dollars zijn gelijk gebleven, maar uw werkelijke koopkracht in Israël, waar u personeel, huur, leveranciers en dergelijke betaalt, is afgenomen doordat de sjekel zo sterk is. Als u dit bekijkt over honderden bedrijven en tienduizenden werknemers, wordt duidelijk dat een sterke sjekel druk op de hightechsector zet. Tegelijk maakt een hoge rente het moeilijker dat tekort met geleend geld op te vangen. En de hightechsector is momenteel de echte motor van de Israëlische economie, de sector die haar draaiende houdt.

Ongeveer 410.000 mensen werken in de hightechsector, die een onevenredig groot deel van de totale economische productie van het land voor zijn rekening neemt. Dit moeten we dus goed blijven volgen. Maar in het grotere geheel is Israël na meer dan twee jaar oorlog sterker dan vrijwel ieder ander land ter wereld: economisch sterker en stabieler dan bijna alle andere landen. Dat is geen opgepoetste voorstelling van de werkelijkheid; dat is de werkelijkheid. Ik verwijs hier naar het IMF, de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, en andere grote internationale economische instellingen, evenals naar de markten zelf. Ze geven allemaal hetzelfde signaal.


Dit wilde ik vandaag met u delen nu we de zomer tegemoetgaan en nadenken over wat de toekomst voor Israël brengt. Als we kijken naar de overwinningen die Israël behaalt, zowel op het slagveld als in de diplomatie, en naar zijn prestaties wereldwijd, moeten we ook de economie en de bredere wereld in ogenschouw nemen. Hoewel antisemitisme en anti-Israëlische sentimenten inderdaad volop aanwezig zijn op sociale media, zien we aan het gedrag van multinationals, investeringskapitaal en regeringen dat Israël is uitgegroeid tot een regionale grootmacht. Economisch is het land in opkomst en behoort het tot de sterkste economieën, misschien zelfs, als Shlomo gelijk heeft, tot de sterkste en gezondste economie ter wereld binnen de groep ontwikkelde westerse landen.


Onze conclusie


Nadat we hebben geluisterd naar wat Pesach Wolicki via deze zeven video's aan de wereld wil overbrengen, concluderen we dat er vandaag geen twijfel over kan bestaan dat ‘Adonai Elohim’, de Heer God, Israël inderdaad heeft beschermd en gezegend. Toch weigert de wereld dit te erkennen. Zij verkiest Israël te veroordelen en te beschuldigen vanuit haar eigen humanitaire perspectief, verblind door onwetendheid en onwillig om de zaken door Gods ogen te zien (11UK), omdat zij ervoor kiest een andere god te dienen, een die haar in naderend onheil zal storten door haar in leugens en waanbeelden te laten geloven. De keuze aan welke kant u staat is aan u, want er staat geschreven dat wie bidden om de vrede van Jeruzalem zelf gezegend zullen worden (Psalm 122:6).


 

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page